acamparVervoeging
acampar means kamperen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd onvoltooid verleden tijd aanvoegende wijs van 'acampar' (acampara/acampara/acampáramos/acamparais/acampasen) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'acampar' (acampe, acampes, acampemos, acampéis, acampen) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'acampar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no acampes (jij), no acampe (u), no acampemos (wij), no acampéis (jullie), no acampen (zij/u allen).
Imperative
Geboden voor 'acampar' zijn: acampa (jij), acampe (u), acampemos (wij), acampad (jullie), acampen (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'acampar' is regelmatig: acamparía, acamparías, acamparía, acamparíamos, acamparíais, acamparían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van 'acampar' is regelmatig: acampé, acampaste, acampó, acampamos, acampasteis, acamparon.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd (imperfect) van 'acampar' is regelmatig: acampaba, acampabas, acampábamos, acampabais, acampaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'acampar' is regelmatig: acampo, acampas, acampa, acampamos, acampáis, acampan.
Future
De toekomende tijd van 'acampar' is regelmatig: acamparé, acamparás, acampará, acamparemos, acamparéis, acamparán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acampar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acampar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acampar in het Spaans?
acampar betekent "kamperen".
Is acampar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acampar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acampar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acampar is: yo acampo, tú acampas, él/ella/usted acampa, nosotros acampamos, vosotros acampáis, ellos/ellas/ustedes acampan.
Hoe vervoeg je acampar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acampar is: yo acampé, tú acampaste, él/ella/usted acampó, nosotros acampamos, vosotros acampasteis, ellos/ellas/ustedes acamparon.
