
contrastar in de Bevestigende gebiedende wijs – vervoeging
contrastar — contrasteren
Imperatief voor 'contrastar' zijn: contrasta, no contrastes, contraste, no contraste, contrastemos, no contrastemos, contrastad, no contrastéis, contrasten, no contrasten.
contrastar in de Bevestigende gebiedende wijs – vormen
Wanneer de Bevestigende gebiedende wijs gebruiken
Gebruik de imperatief om directe bevelen te geven. Voor 'tú' gebruik je 'contrasta'; voor 'usted'/'ustedes'/'él'/'ella' gebruik je 'contraste'/'contrasten'; voor 'nosotros' gebruik je 'contrastemos'; en voor 'vosotros' gebruik je 'contrastad'.
Opmerkingen over contrastar in de Bevestigende gebiedende wijs
Contrastar volgt het reguliere -ar werkwoordspatroon voor de bevestigende imperatief.
Voorbeeldzinnen
¡Contrasta los colores tú mismo!
Contrasteer de kleuren zelf!
tú
Contraste los dos documentos, por favor.
Contrasteer de twee documenten, alstublieft.
usted
Contrastemos las diferencias claramente.
Laten we de verschillen duidelijk contrasteren.
nosotros
¡Contrastad las opiniones antes de decidir!
Contrasteer de meningen voordat je beslist!
vosotros
Contraste las opciones disponibles.
Contrasteer de beschikbare opties.
ustedes
Veelgemaakte fouten
Fout: Het present indicative gebruiken in plaats van imperatief voor 'tú': 'Tú contrastas...'
Correct: Contrasta los datos.
Waarom: De imperatief wordt gebruikt voor directe bevelen, niet voor het stellen van feiten.
Fout: Bevestigende en ontkennende vorm voor 'vosotros' verwarren: 'Contrastáis no...'
Correct: No contrastéis las ideas.
Waarom: De ontkennende imperatief gebruikt de vorm van de present subjunctive met 'no'.
Beheers Spaanse werkwoorden in context
Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'contrastar' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.
Verwante tijden
Tegenwoordige tijd
yo: contrasto
De present tense van 'contrastar' is regulier: contrasto, contrastas, contrasta, contrastamos, contrastáis, contrastan.
Pretérito indefinido
yo: contrasté
De preterite van 'contrastar' is regulier: contrasté, contrastaste, contrastó, contrastamos, contrastasteis, contrastaron.
Imperfectum
yo: contrastaba
De imperfect tense van 'contrastar' is regulier: contrastaba, contrastabas, contrastaba, contrastábamos, contrastabais, contrastaban.
Toekomende tijd
yo: contrastaré
De future tense van 'contrastar' is regulier: contrastaré, contrastarás, contrastará, contrastaremos, contrastaréis, contrastarán.
Voorwaardelijke wijs
yo: contrastaría
De conditional van 'contrastar' is regulier: contrastaría, contrastarías, contrastaría, contrastaríamos, contrastaríais, contrastarían.
Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd
yo: contraste
De present subjunctive van 'contrastar' is: contraste, contrastes, contraste, contrastemos, contrastéis, contrasten.
Aanvoegende wijs imperfectum
yo: contrastara
De imperfect subjunctive van 'contrastar' heeft -ra en -se vormen, zoals contrastara/contrastase, contrastaras/contrastases, etc.
Ontkennende gebiedende wijs
yo: no contrastes
Ontkennende bevelen voor 'contrastar' gebruiken de present subjunctive: no contrastes, no contraste, no contrastemos, no contrastéis, no contrasten.