ejercitarVervoeging
ejercitar means trainen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Het 'imperfecto de subjuntivo' van 'ejercitar' drukt verleden hypothetische situaties of wensen uit: ejercitara, ejercitaras, ejercitara, ejercitaramos, ejercitarais, ejercitaran.
Present Subjunctive
Het 'presente de subjuntivo' van 'ejercitar' wordt gebruikt voor wensen, twijfels of emoties: ejercite, ejercites, ejercite, ejercitemos, ejercitéis, ejerciten.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'ejercitar' gebruiken het 'presente de subjuntivo': ¡no ejercites!, ¡no ejercite!, ¡no ejercitemos!, ¡no ejerciten!, ¡no ejercitéis!.
Imperative
Het 'imperativo' van 'ejercitar' geeft directe bevelen: ¡ejercita!, ¡ejercite!, ¡ejercitemos!, ¡ejerciten!, ¡ejercitad!.
Indicative
Conditional
De 'condicional simple' van 'ejercitar' is regelmatig: ejercitaría, ejercitarías, ejercitaría, ejercitaríamos, ejercitaríais, ejercitarían.
Preterite
Het 'pretérito perfecto simple' van 'ejercitar' is regelmatig: ejercité, ejercitaste, ejercitó, ejercitamos, ejercitasteis, ejercitaron.
Imperfect
De 'imperfecto de indicativo' van 'ejercitar' is regelmatig: ejercitaba, ejercitabas, ejercitaba, ejercitábamos, ejercitabais, ejercitaban.
Present
De 'presente de indicativo' van 'ejercitar' is regelmatig: ejercito, ejercitas, ejercita, ejercitamos, ejercitáis, ejercitan.
Future
De 'futuro simple de indicativo' van 'ejercitar' is regelmatig: ejercitaré, ejercitarás, ejercitará, ejercitaremos, ejercitaréis, ejercitarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng ejercitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'ejercitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent ejercitar in het Spaans?
ejercitar betekent "trainen".
Is ejercitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
ejercitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je ejercitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van ejercitar is: yo ejercito, tú ejercitas, él/ella/usted ejercita, nosotros ejercitamos, vosotros ejercitáis, ellos/ellas/ustedes ejercitan.
Hoe vervoeg je ejercitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van ejercitar is: yo ejercité, tú ejercitaste, él/ella/usted ejercitó, nosotros ejercitamos, vosotros ejercitasteis, ellos/ellas/ustedes ejercitaron.
