esquiarVervoeging
esquiar betekent skiën.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'esquiar' is regelmatig: esquiara, esquiaras, esquiara, esquiáramos, esquiarais, esquiaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'esquiar' volgt het accentpatroon: esquíe, esquíes, esquíe, esquiemos, esquiéis, esquíen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no esquíes, no esquíe, no esquiemos, no esquiéis, no esquíen.
Imperative
De imperatief van 'esquiar' gebruikt het accent op de 'í' voor de meeste commando's: esquía, esquíe, esquiemos, esquiad, esquíen.
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'esquiar' is regelmatig: esquiaría, esquiarías, esquiaría, esquiaríamos, esquiaríais, esquiarían.
Preterite
De preteritum van 'esquiar' is regelmatig: esquié, esquiaste, esquió, esquiamos, esquiasteis, esquiaron.
Imperfect
De imperfectum van 'esquiar' is regelmatig: esquiaba, esquiabas, esquiaba, esquiábamos, esquiabais, esquiaban.
Present
'Esquiar' volgt een specifiek accentueringspatroon: esquío, esquías, esquía, esquiamos, esquiáis, esquían.
Future
De toekomende tijd van 'esquiar' is regelmatig: esquiaré, esquiarás, esquiará, esquiaremos, esquiaréis, esquiarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng esquiar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'esquiar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent esquiar in het Spaans?
esquiar betekent "skiën".
Is esquiar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
esquiar is een regular (with accent changes) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je esquiar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van esquiar is: yo esquío, tú esquías, él/ella/usted esquía, nosotros esquiamos, vosotros esquiáis, ellos/ellas/ustedes esquían.
Hoe vervoeg je esquiar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van esquiar is: yo esquié, tú esquiaste, él/ella/usted esquió, nosotros esquiamos, vosotros esquiasteis, ellos/ellas/ustedes esquiaron.
