precederVervoeging
preceder betekent voorafgaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs van 'preceder' (precediera/precediera) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'preceder' (preceda) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'preceder' gebruiken de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, zoals 'no precedas tú' of 'no precedan ustedes'.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van 'preceder' voor directe commando's zoals 'precede tú' of 'precedan ustedes'.
Indicative
Conditional
'Preceder' is regelmatig in de voorwaardelijke wijs: precedería, precederías, precedería, precederíamos, precederíais, precederían.
Preterite
'Preceder' is regelmatig in de voltooid verleden tijd: precedí, precediste, precedió, precedimos, precedisteis, precedieron.
Imperfect
'Preceder' is regelmatig in de verleden tijd onvoltooid: precedía, precedías, precedía, precedíamos, precedíais, precedían.
Present
'Preceder' is regelmatig in de tegenwoordige tijd (indicatief): precedo, precedes, precede, precedemos, precedéis, preceden.
Future
'Preceder' is regelmatig in de toekomende tijd: precederé, precederás, precederá, precederemos, precederéis, precederán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng preceder van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'preceder' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent preceder in het Spaans?
preceder betekent "voorafgaan".
Is preceder een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
preceder is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je preceder in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van preceder is: yo precedo, tú precedes, él/ella/usted precede, nosotros precedemos, vosotros precedéis, ellos/ellas/ustedes preceden.
Hoe vervoeg je preceder in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van preceder is: yo precedí, tú precediste, él/ella/usted precedió, nosotros precedimos, vosotros precedisteis, ellos/ellas/ustedes precedieron.
