hacías
“hacías” betekent “jij deed vroeger” in het Spaans (gewoonte/herhaalde actie in het verleden (tú)).
jij deed vroeger, jij was aan het doen
Ook: jij was aan het maken, jij maakte vroeger
📝 In Actie
Cuando eras niño, ¿qué deportes hacías?
A1Toen je een kind was, welke sporten deed je vroeger?
Llegué a tu casa mientras hacías la cena.
A2Ik kwam bij je huis aan terwijl jij het avondeten aan het maken was.
Siempre hacías la tarea justo antes de irte a dormir.
B1Je maakte altijd je huiswerk vlak voordat je ging slapen.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: hacías
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'hacías' correct om een gewoonte in het verleden te beschrijven?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord *facere*, wat 'doen' of 'maken' betekent, een zeer oude en fundamentele wortel die in veel Romaanse talen voorkomt.
Eerste vermelding: Before 10th century (Old Spanish)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'hacías' de enige onregelmatige imperfecte vorm van 'hacer'?
Nee. Het werkwoord 'hacer' is onregelmatig in veel tijden, maar de imperfecte vormen (hacía, hacías, hacíamos, enz.) zijn eigenlijk heel regelmatig! De enige echt onregelmatige werkwoorden in de imperfectum zijn *ir* (gaan), *ser* (zijn), en *ver* (zien).
Waarom betekent 'hacer' zowel 'doen' als 'maken'?
Veel talen gebruiken één kernwerkwoord voor beide concepten. Zie het als 'iets doen ontstaan' (maken) of 'een actie laten gebeuren' (doen). De context maakt de betekenis altijd duidelijk.