Hoe zeg je "zal gaan" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zal gaan” is “irá” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Mi hermano irá a la universidad el próximo año.
Mijn broer zal volgend jaar naar de universiteit gaan.
¿A qué hora irá usted al aeropuerto?
Hoe laat gaat u (formeel) naar het vliegveld?
Ese paquete irá por correo urgente.
Dat pakket zal per expressepost gaan.
Basis van de Toekomende Tijd
De vorm 'irá' geeft aan dat een enkelvoudig onderwerp (hij, zij, of u) zeker een handeling op een later tijdstip zal uitvoeren. Dit komt overeen met de Nederlandse toekomende tijd (zal + infinitief).
Impliciet Onderwerp
In het Spaans wordt het onderwerp (él, ella, usted) vaak weggelaten omdat 'irá' duidelijk aangeeft wie de handeling verricht. In het Nederlands gebruiken we meestal wel een onderwerp ('Hij zal gaan').
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.