añadirVervoeging
añadir betekent toevoegen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Gebruik 'añado', 'añades', 'añade', 'añadimos', 'añadís', 'añaden' voor huidige, gebruikelijke of algemene waarheden met 'añadir'.
Future
De toekomstige tijd van 'añadir' is regelmatig: añadiré, añadirás, añadirá, añadiremos, añadiréis, añadirán.
Imperfect
Gebruik 'añadía', 'añadías', 'añadía', 'añadíamos', 'añadíais', 'añadían' voor lopende of gebruikelijke handelingen in het verleden met 'añadir'.
Conditional
Gebruik 'añadiría', 'añadirías', 'añadiría', 'añadiríamos', 'añadiríais', 'añadirían' voor hypothetische situaties, beleefde verzoeken of toekomende tijd vanuit het verleden met 'añadir'.
Preterite
De preteritum van 'añadir' is regelmatig: añadí, añadiste, añadió, añadimos, añadisteis, añadieron.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no añadas', 'no añada', 'no añadamos', 'no añadan', 'no añadáis' voor negatieve bevelen met 'añadir'.
Imperative
Gebruik 'añade', 'añada', 'añadamos', 'añadan', 'añadid' voor directe bevelen met 'añadir'.
Subjunctive
Present Subjunctive
Gebruik 'añada', 'añadas', 'añadamos', 'añadan', 'añadáis' voor wensen, twijfels, emoties en onpersoonlijke uitdrukkingen met 'añadir'.
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'añadiera' of 'añadiese' en de varianten ervan voor hypothetische of onzekere situaties uit het verleden met 'añadir'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng añadir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'añadir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent añadir in het Spaans?
añadir betekent "toevoegen".
Is añadir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
añadir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je añadir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van añadir is: yo añado, tú añades, él/ella/usted añade, nosotros añadimos, vosotros añadís, ellos/ellas/ustedes añaden.
Hoe vervoeg je añadir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van añadir is: yo añadí, tú añadiste, él/ella/usted añadió, nosotros añadimos, vosotros añadisteis, ellos/ellas/ustedes añadieron.
