abarcarVervoeging
abarcar betekent bestrijken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van abarcar is regelmatig, met de stam 'abarcara' gebaseerd op de voltooid verleden tijd 'abarcaron'.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van abarcar verandert van 'c' naar 'qu' in alle vormen (abarque, abarques).
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt altijd de 'qu'-spellingverandering: no abarques, no abarque.
Imperative
De imperatief van abarcar gebruikt 'abarca' voor tú en 'abarquen' voor ustedes (met een spellingverandering).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van abarcar is regelmatig: abarcaría, abarcarías, abarcaría.
Preterite
Abarcar is regelmatig in de voltooid verleden tijd, behalve de 'yo'-vorm, die verandert in 'abarqué'.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van abarcar is regelmatig: abarcaba, abarcabas, abarcaba.
Present
Abarcar is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd van de indicatief (abarco, abarcas, abarca).
Future
De toekomende tijd van abarcar is regelmatig: abarcaré, abarcarás, abarcará.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng abarcar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'abarcar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent abarcar in het Spaans?
abarcar betekent "bestrijken".
Is abarcar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
abarcar is een spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je abarcar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van abarcar is: yo abarco, tú abarcas, él/ella/usted abarca, nosotros abarcamos, vosotros abarcáis, ellos/ellas/ustedes abarcan.
Hoe vervoeg je abarcar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van abarcar is: yo abarqué, tú abarcaste, él/ella/usted abarcó, nosotros abarcamos, vosotros abarcasteis, ellos/ellas/ustedes abarcaron.
