abastecerVervoeging
abastecer means leveren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruikt de stam van de preteritum 'abastecie-': abasteciera, abastecieras, abasteciera, etc.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs gebruikt de stam 'abastezc-' voor alle vormen: abastezca, abastezcas, etc.
Imperative
Negative Imperative
Alle negatieve bevelen gebruiken de 'abastezc-' stam: no abastezcas, no abastezca.
Imperative
De imperatief gebruikt 'abastece' (tú) en 'abastezca' (usted/ustedes).
Indicative
Conditional
Regelmatige conditioneel: voeg uitgangen toe aan het hele werkwoord (abastecería, abastecerías).
Preterite
Abastecer is volledig regelmatig in de preteritum: abastecí, abasteciste, abasteció, etc.
Imperfect
Abastecer is regelmatig in de imperfectum: abastecía, abastecías, abastecía, abastecíamos, abastecíais, abastecían.
Present
De tegenwoordige tijd van abastecer is onregelmatig in de 'yo'-vorm (abastezco), maar elders regelmatig.
Future
Abastecer is regelmatig in de toekomende tijd: voeg uitgangen toe aan het hele werkwoord (abasteceré, abastecerás).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng abastecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'abastecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent abastecer in het Spaans?
abastecer betekent "leveren".
Is abastecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
abastecer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je abastecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van abastecer is: yo abastezco, tú abasteces, él/ella/usted abastece, nosotros abastecemos, vosotros abastecéis, ellos/ellas/ustedes abastecen.
Hoe vervoeg je abastecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van abastecer is: yo abastecí, tú abasteciste, él/ella/usted abasteció, nosotros abastecimos, vosotros abastecisteis, ellos/ellas/ustedes abastecieron.
