Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Imperfect Subjunctive

yoabrumara
abrumaras
él/ella/ustedabrumara
nosotrosabrumáramos
vosotrosabrumarais
ellos/ellas/ustedesabrumaran

De imperfectum conjunctief van 'abrir' (abriera, abrieras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.

Present Subjunctive

yoabrume
abrumes
él/ella/ustedabrume
nosotrosabrumemos
vosotrosabruméis
ellos/ellas/ustedesabrumen

De tegenwoordige tijd conjunctief van 'abrir' (abra, abras, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, emotie, verlangen of onzekerheid.

Imperative

Negative Imperative

no abrumes
ustedno abrume
nosotrosno abrumemos
vosotrosno abruméis
ustedesno abrumen

Negatieve bevelen voor 'abrir' gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no abras (jij), no abra (u), etc.

Imperative

abruma
ustedabrume
nosotrosabrumemos
vosotrosabrumad
ustedesabrumen

Gebruik de imperatief van 'abrir' voor directe bevelen: abre (jij), abra (u), abramos (wij), abrid (jullie), abran (zij/u allen).

Indicative

Conditional

yoabrumaría
abrumarías
él/ella/ustedabrumaría
nosotrosabrumaríamos
vosotrosabrumaríais
ellos/ellas/ustedesabrumarían

De conditionele wijs van 'abrir' is regelmatig: abriría, abrirías, abriría, abriríamos, abriríais, abrirían.

Preterite

yoabrumé
abrumaste
él/ella/ustedabrumó
nosotrosabrumamos
vosotrosabrumasteis
ellos/ellas/ustedesabrumaron

De preteritum van 'abrir' is regelmatig: abrí, abriste, abrió, abrimos, abristeis, abrieron.

Imperfect

yoabrumaba
abrumabas
él/ella/ustedabrumaba
nosotrosabrumábamos
vosotrosabrumabais
ellos/ellas/ustedesabrumaban

De imperfectum van 'abrir' is regelmatig: abría, abrías, abría, abríamos, abríais, abrían.

Present

yoabrumo
abrumas
él/ella/ustedabruma
nosotrosabrumamos
vosotrosabrumáis
ellos/ellas/ustedesabruman

De tegenwoordige tijd van 'abrir' is regelmatig: abro, abres, abre, abrimos, abrís, abren.

Future

yoabrumaré
abrumarás
él/ella/ustedabrumará
nosotrosabrumaremos
vosotrosabrumaréis
ellos/ellas/ustedesabrumarán

De toekomende tijd van 'abrir' is regelmatig: abriré, abrirás, abrirá, abriremos, abriréis, abrirán.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng abrumar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'abrumar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent abrumar in het Spaans?

abrumar betekent "overweldigen".

Is abrumar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

abrumar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je abrumar in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van abrumar is: yo abrumo, tú abrumas, él/ella/usted abruma, nosotros abrumamos, vosotros abrumáis, ellos/ellas/ustedes abruman.

Hoe vervoeg je abrumar in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van abrumar is: yo abrumé, tú abrumaste, él/ella/usted abrumó, nosotros abrumamos, vosotros abrumasteis, ellos/ellas/ustedes abrumaron.

Gratis afdrukbare referentie

abrumar vervoegingsspiekbrief

abrumar vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs