abundarVervoeging
abundar means overvloedig zijn.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de verleden tijd van de conjunctief (imperfecto de subjuntivo) vormen zoals 'abundara' of 'abundáramos' voor hypothetische of onzekere situaties in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd van de conjunctief (presente de subjuntivo) vormen zoals 'abunde' of 'abunden' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de conjunctief (subjuntivo), zoals 'no abundes' (jij) of 'no abunden' (jullie/u).
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'abunda' (jij) of 'abunden' (jullie/u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs 'abundaría', 'abundarías', etc., drukt hypothetische overvloed of beleefde suggesties uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd (pretérito indefinido) van abundar is regelmatig: abundé, abundaste, abundó, abundamos, abundasteis, abundaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd 'abundaba', 'abundabas', etc., beschrijft doorlopende of gebruikelijke overvloed in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd 'abundo', 'abundas', 'abunda', 'abundamos', 'abundáis', 'abundan' beschrijft huidige overvloed of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd 'abundaré', 'abundarás', etc., voorspelt of drukt de waarschijnlijkheid van toekomstige overvloed uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng abundar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'abundar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent abundar in het Spaans?
abundar betekent "overvloedig zijn".
Is abundar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
abundar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je abundar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van abundar is: yo abundo, tú abundas, él/ella/usted abunda, nosotros abundamos, vosotros abundáis, ellos/ellas/ustedes abundan.
Hoe vervoeg je abundar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van abundar is: yo abundé, tú abundaste, él/ella/usted abundó, nosotros abundamos, vosotros abundasteis, ellos/ellas/ustedes abundaron.
