acapararVervoeging
acaparar betekent hamsteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'acaparar' (acaparara, acaparasen) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'acaparar' (acapare, acaparen) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen voor 'acaparar' gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs, zoals 'no acapares' (jij) en 'no acaparen' (jullie/u).
Imperative
Het gebiedende wijs van 'acaparar' heeft regelmatige commando's zoals ¡acapara! (jij) en ¡acaparen! (jullie/u).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'acaparar' is regelmatig: acapararía, acapararías, acapararía, acapararíamos, acapararíais, acapararian.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'acaparar' is regelmatig: acaparé, acaparaste, acaparó, acaparamos, acaparasteis, acapararon.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'acaparar' (acaparaba, acaparaban) beschrijft gebruikelijke of voortdurende hamsteracties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van de aanwijzende wijs van 'acaparar' is regelmatig: acaparo, acaparas, acapara, acaparamos, acaparís, acaparan.
Future
De toekomende tijd van 'acaparar' is regelmatig: acapararé, acapararás, acaparará, acapararemos, acapararéis, acapararán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acaparar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acaparar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acaparar in het Spaans?
acaparar betekent "hamsteren".
Is acaparar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acaparar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acaparar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acaparar is: yo acaparo, tú acaparas, él/ella/usted acapara, nosotros acaparamos, vosotros acaparáis, ellos/ellas/ustedes acaparan.
Hoe vervoeg je acaparar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acaparar is: yo acaparé, tú acaparaste, él/ella/usted acaparó, nosotros acaparamos, vosotros acaparasteis, ellos/ellas/ustedes acapararon.
