acariciarVervoeging
acariciar betekent aaien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'acariciara' of 'acariciase' (ik/hij/zij/u) voor hypothetische of onzekere situaties in het verleden met betrekking tot aaien.
Present Subjunctive
Gebruik 'acaricie' (ik/hij/zij/u) of 'acaricies' (jij) voor wensen, twijfels of emoties over aaien.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no acaricies' (jij) of 'no acaricie' (u) voor negatieve bevelen met 'acariciar'.
Imperative
Gebruik imperatiefvormen zoals 'acaricia' (jij) of 'acaricie' (u) voor directe bevelen met 'acariciar'.
Indicative
Conditional
Regelmatige conditionele vormen zoals 'acariciaría' (ik) of 'acariciarían' (zij/hen/u) drukken hypothetisch aaien uit ('zou').
Preterite
Regelmatige voltooid verleden tijd vormen zoals 'acaricié' (ik) of 'acarició' (hij/zij/u) markeren voltooide handelingen van aaien.
Imperfect
Regelmatige imperfectum vormen zoals 'acariciaba' (ik) of 'acariciaban' (zij/hen/u) beschrijven aaien in het verleden dat doorlopend of gebruikelijk was.
Present
Regelmatige tegenwoordige tijd vormen zoals 'acaricio' (ik) of 'acaricia' (hij/zij/u) beschrijven huidige of gebruikelijke handelingen van aaien.
Future
Regelmatige toekomstige tijd vormen zoals 'acariciaré' (ik) of 'acariciarán' (zij/hen/u) geven toekomstige handelingen van aaien aan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acariciar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acariciar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acariciar in het Spaans?
acariciar betekent "aaien".
Is acariciar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acariciar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acariciar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acariciar is: yo acaricio, tú acaricias, él/ella/usted acaricia, nosotros acariciamos, vosotros acariciáis, ellos/ellas/ustedes acarician.
Hoe vervoeg je acariciar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acariciar is: yo acaricié, tú acariciaste, él/ella/usted acarició, nosotros acariciamos, vosotros acariciasteis, ellos/ellas/ustedes acariciaron.
