acarrearVervoeging
acarrear means veroorzaken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Acarreara, acarrearas, acarrease, acarreáramos, acarrearais, acarrearan zijn de imperfectum conjunctief vormen van acarrear.
Present Subjunctive
Acarree, acarreemos, acarreéis, acarreen zijn de tegenwoordige tijd conjunctief vormen van acarrear.
Imperative
Negative Imperative
No acarrees, no acarree, no acarreemos, no acarreéis, no acarreen zijn de negatieve gebiedende wijs vormen van acarrear.
Imperative
Acarrea, acarree, acarreemos, acarread, acarreen zijn de gebiedende wijs vormen van acarrear.
Indicative
Conditional
Acarrearía, acarrearías, acarrearía, acarrearíamos, acarrearíais, acarrearían zijn de conditionele vormen van acarrear.
Preterite
Acarreé, acarreaste, acarreó, acarreamos, acarreasteis, acarrearon zijn de reguliere pretérito indefinido vormen van acarrear.
Imperfect
Acarreaba, acarreabas, acarreaba, acarreábamos, acarreabais, acarreaban zijn de imperfectum vormen van acarrear.
Present
Acarreo, acarreas, acarrea, acarreamos, acarreáis, acarrean zijn de tegenwoordige tijd indicatief vormen van acarrear.
Future
Acarrearé, acarrearás, acarreará, acarrearemos, acarrearéis, acarrearán zijn de toekomende tijd indicatief vormen van acarrear.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acarrear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acarrear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acarrear in het Spaans?
acarrear betekent "veroorzaken".
Is acarrear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acarrear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acarrear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acarrear is: yo acarreo, tú acarreas, él/ella/usted acarrea, nosotros acarreamos, vosotros acarreáis, ellos/ellas/ustedes acarrean.
Hoe vervoeg je acarrear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acarrear is: yo acarreé, tú acarreaste, él/ella/usted acarreó, nosotros acarreamos, vosotros acarreasteis, ellos/ellas/ustedes acarrearon.
