acogerVervoeging
acoger means welkom heten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van acoger is regelmatig: acogiera, acogieras, acogiera, acogiéramos, acogierais, acogieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van acoger gebruikt een 'j' in alle vormen: acoja, acojas, acoja, acojamos, acojáis, acojan.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve gebiedende wijs voor acoger gebruikt altijd 'j': no acojas, no acoja, no acojamos, no acojáis, no acojan.
Imperative
Het gebiedende wijs (bevelen) voor acoger: acoge (tú), acoja (usted), acojamos (nosotros), acoged (vosotros), acojan (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van acoger is regelmatig: acogería, acogerías, acogería, acogeríamos, acogeríais, acogerían.
Preterite
Acoger is regelmatig in de voltooid verleden tijd: acogí, acogiste, acogió, acogimos, acogisteis, acogieron.
Imperfect
Acoger is regelmatig in de onvoltooid verleden tijd: acogía, acogías, acogía, acogíamos, acogíais, acogían.
Present
De tegenwoordige tijd van acoger heeft een spellingwijziging in de 'yo'-vorm: acojo, acoges, acoge, acogemos, acogéis, acogen.
Future
De toekomende tijd van acoger is regelmatig: acogeré, acogerás, acogerá, acogeremos, acogeréis, acogerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acoger van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acoger' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acoger in het Spaans?
acoger betekent "welkom heten".
Is acoger een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acoger is een spelling change -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acoger in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acoger is: yo acojo, tú acoges, él/ella/usted acoge, nosotros acogemos, vosotros acogéis, ellos/ellas/ustedes acogen.
Hoe vervoeg je acoger in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acoger is: yo acogí, tú acogiste, él/ella/usted acogió, nosotros acogimos, vosotros acogisteis, ellos/ellas/ustedes acogieron.
