acorralarVervoeging
acorralar means in het nauw drijven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'acorralar' (bijv. acorralara, acorralaras) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'acorralar' (acorale, acorales, acorralen) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor 'acorralar' gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief, zoals 'no acorrales' (tú) en 'no acorralen' (ustedes).
Imperative
De gebiedende wijs van 'acorralar' is grotendeels regelmatig, met 'acorrala' voor tú en 'acorralad' voor vosotros.
Indicative
Conditional
De conditionele vorm van 'acorralar' (acorralaría, acorralarías) wordt gebruikt voor hypothetische uitkomsten ('zou') of beleefde verzoeken.
Preterite
'Acoralalar' is regelmatig in de preteritum, met vormen als 'acorralé' (ik dreef in het nauw) en 'acorralaron' (zij dreven in het nauw).
Imperfect
De imperfectum van 'acorralar' (acorralaba, acorralabas) beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'acorralar' (acorralo, acorralas, acorrala) beschrijft huidige acties of gewoonten.
Future
De toekomende tijd van 'acorralar' (acorralaré, acorralarás) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acorralar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acorralar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acorralar in het Spaans?
acorralar betekent "in het nauw drijven".
Is acorralar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acorralar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acorralar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acorralar is: yo acorralo, tú acorralas, él/ella/usted acorrala, nosotros acorralamos, vosotros acorraláis, ellos/ellas/ustedes acorralan.
Hoe vervoeg je acorralar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acorralar is: yo acorralé, tú acorralaste, él/ella/usted acorraló, nosotros acorralamos, vosotros acorralasteis, ellos/ellas/ustedes acorralaron.
