acortarVervoeging
acortar means inkorten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs 'acortara(n)' of 'acortase(n)' is voor hypothetische situaties of wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs 'acorte(n)' na uitdrukkingen van verlangen, twijfel of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen gebruiken 'no' + de tegenwoordige aanvoegende wijs, zoals 'no acortes' (jij) of 'no acorten' (jullie/u).
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'acorta' (jij) en 'acorten' (jullie/u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs 'acortaría(n)' drukt hypothetische uitkomsten uit ('zou verkorten').
Preterite
De voltooid verleden tijd van acortar is regelmatig: acorté, acortaste, acortó, acortamos, acortasteis, acortaron.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd 'acortaba(n)' beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties van het inkorten in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd 'acorto', 'acortas', 'acorta', 'acortamos', 'acortáis', 'acortan' beschrijft huidige of gebruikelijke acties.
Future
De toekomende tijd 'acortaré', 'acortarás', etc., geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acortar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acortar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acortar in het Spaans?
acortar betekent "inkorten".
Is acortar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acortar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acortar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acortar is: yo acorto, tú acortas, él/ella/usted acorta, nosotros acortamos, vosotros acortáis, ellos/ellas/ustedes acortan.
Hoe vervoeg je acortar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acortar is: yo acorté, tú acortaste, él/ella/usted acortó, nosotros acortamos, vosotros acortasteis, ellos/ellas/ustedes acortaron.
