acosarVervoeging
acosar means lastigvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'acosara' of 'acosase' (ik/hij/zij/u), 'acosaras' of 'acosases' (jij), 'acosáramos' of 'acosásemos' (wij), etc., voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'acose' (ik/hij/zij/u), 'acoses' (jij), 'acosemos' (wij), etc., na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no acoses' (jij), 'no acoséis' (jullie), 'no acose' (u/hij), 'no acosemos' (wij), 'no acosen' (zij/u allen) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'acosa' (jij), 'acosad' (jullie), 'acose' (u/hij), 'acosemos' (wij), 'acosen' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik 'acosaría', 'acosarías', 'acosaría', 'acosaríamos', 'acosaríais', 'acosarían' voor hypothetische situaties ('zou'), beleefde verzoeken of toekomst-in-het-verleden.
Preterite
De preteritum van acosar is regelmatig: acosé, acosaste, acosó, acosamos, acosasteis, acosaron, voor voltooide acties in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'acosaba', 'acosabas', 'acosaba', 'acosábamos', 'acosabais', 'acosaban' voor doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
Gebruik 'acoso', 'acosas', 'acosa', 'acosamos', 'acosáis', 'acosan' voor acties die nu gebeuren, gewoontes of algemene waarheden.
Future
Gebruik 'acosaré', 'acosarás', 'acosará', 'acosaremos', 'acosaréis', 'acosarán' voor acties die in de toekomst zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acosar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acosar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acosar in het Spaans?
acosar betekent "lastigvallen".
Is acosar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acosar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acosar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acosar is: yo acoso, tú acosas, él/ella/usted acosa, nosotros acosamos, vosotros acosáis, ellos/ellas/ustedes acosan.
Hoe vervoeg je acosar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acosar is: yo acosé, tú acosaste, él/ella/usted acosó, nosotros acosamos, vosotros acosasteis, ellos/ellas/ustedes acosaron.
