acostarVervoeging
acostar betekent iemand naar bed brengen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
Acostar heeft een O-naar-UE klinkerwisseling in de conjunctief: acueste, acuestes, acueste, acostemos, acostéis, acuesten.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van acostar is regelmatig: acostara, acostaras, acostara, acostáramos, acostarais, acostaran.
Imperative
Imperative
Gebruik acuesta (tú), acueste (usted), en acostad (vosotros) om bevelen te geven om iemand naar bed te brengen.
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken de conjunctief tegenwoordige tijd: no acuestes, no acueste, no acostemos, no acostéis, no acuesten.
Indicative
Present
Acostar is een O-naar-UE stamwisselaar in de tegenwoordige tijd: acuesto, acuestas, acuesta, acostamos, acostáis, acuestan.
Preterite
Acostar is regelmatig in de verleden tijd: acosté, acostaste, acostó, acostamos, acostasteis, acostaron.
Future
Acostar is regelmatig in de toekomende tijd: acostaré, acostarás, acostará, acostaremos, acostaréis, acostarán.
Imperfect
Acostar is regelmatig in de imperfectum: acostaba, acostabas, acostaba, acostábamos, acostabais, acostaban.
Conditional
Acostar is regelmatig in de conditioneel: acostaría, acostarías, acostaría, acostaríamos, acostaríais, acostarían.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng acostar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'acostar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent acostar in het Spaans?
acostar betekent "iemand naar bed brengen".
Is acostar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
acostar is een irregular (stem-changing) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je acostar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van acostar is: yo acuesto, tú acuestas, él/ella/usted acuesta, nosotros acostamos, vosotros acostáis, ellos/ellas/ustedes acuestan.
Hoe vervoeg je acostar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van acostar is: yo acosté, tú acostaste, él/ella/usted acostó, nosotros acostamos, vosotros acostasteis, ellos/ellas/ustedes acostaron.
