actuarVervoeging
actuar betekent acteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Actuar heeft een klemtoonverschuiving op de 'u' in alle vormen behalve nosotros en vosotros: actúo, actúas, actúa, actúan.
Future
De toekomende tijd van actuar is regelmatig: actuaré, actuarás, actuará, actuaremos, actuaréis, actuarán.
Imperfect
De imperfecto van actuar is regelmatig: actuaba, actuabas, actuaba, actuábamos, actuabais, actuaban.
Conditional
De conditionele van actuar is regelmatig: actuaría, actuarías, actuaría, actuaríamos, actuaríais, actuarían.
Preterite
De preterito van actuar is regelmatig: actué, actuaste, actuó, actuamos, actuasteis, actuaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt vormen van de tegenwoordige conjunctief: no actúes, no actúe, no actuemos, no actuéis, no actúen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'actúa' (tú) en 'actúe' (usted) voor commando's.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van actuar weerspiegelt de klemtoonverschuiving van de tegenwoordige indicatief: actúe, actúes, actúe, actuemos, actuéis, actúen.
Imperfect Subjunctive
De imperfecto conjunctief van actuar is regelmatig: actuara, actuaras, actuara, actuáramos, actuarais, actuaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng actuar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'actuar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent actuar in het Spaans?
actuar betekent "acteren".
Is actuar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
actuar is een regular (with accent shift) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je actuar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van actuar is: yo actúo, tú actúas, él/ella/usted actúa, nosotros actuamos, vosotros actuáis, ellos/ellas/ustedes actúan.
Hoe vervoeg je actuar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van actuar is: yo actué, tú actuaste, él/ella/usted actuó, nosotros actuamos, vosotros actuasteis, ellos/ellas/ustedes actuaron.
