adorarVervoeging
adorar betekent aanbidden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van adorar is regelmatig: adore, adores, adore, adoremos, adoréis, adoren.
Imperfect Subjunctive
De verleden onvoltooide aanvoegende wijs van adorar is regelmatig: adorara, adoraras, adorara, adoráramos, adorarais, adoraran.
Imperative
Imperative
Het gebiedende wijs van adorar gebruikt: adora, adore, adoremos, adorad, adoren.
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van adorar is: no adores, no adore, no adoremos, no adoréis, no adoren.
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van adorar is regelmatig: adoro, adoras, adora, adoramos, adoráis, adoran.
Preterite
Het voltooid verleden tijd van adorar is regelmatig: adoré, adoraste, adoró, adoramos, adorasteis, adoraron.
Future
De toekomende tijd van adorar is regelmatig: adoraré, adorarás, adorará, adoraremos, adoraréis, adorarán.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van adorar is regelmatig: adoraba, adorabas, adoraba, adorábamos, adorabais, adoraban.
Conditional
De conditionele wijs van adorar is regelmatig: adoraría, adorarías, adoraría, adoraríamos, adoraríais, adorarían.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng adorar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'adorar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent adorar in het Spaans?
adorar betekent "aanbidden".
Is adorar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
adorar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je adorar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van adorar is: yo adoro, tú adoras, él/ella/usted adora, nosotros adoramos, vosotros adoráis, ellos/ellas/ustedes adoran.
Hoe vervoeg je adorar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van adorar is: yo adoré, tú adoraste, él/ella/usted adoró, nosotros adoramos, vosotros adorasteis, ellos/ellas/ustedes adoraron.
