afeitarVervoeging
afeitar betekent scheren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'afeitara' of 'afeitarse' voor hypothetische situaties in het verleden of wensen, zoals 'Si me afeitara, parecería más joven'.
Present Subjunctive
Gebruik 'afeite' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie, zoals 'Espero que te afeites pronto'.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no te afeites' voor jij-vorm, 'no se afeite' voor u-vorm, etc., om iemand te zeggen dat hij/zij zich NIET moet scheren.
Imperative
Gebruik 'afeita' voor jij-vorm, 'aféitese' voor u-vorm, etc., om iemand te zeggen dat hij/zij zich moet scheren.
Indicative
Conditional
Gebruik 'afeitaría' voor hypothetische situaties ('zou scheren'), zoals 'Si tuviera tiempo, me afeitaría más' (Als ik tijd had, zou ik me meer scheren).
Preterite
Gebruik 'afeitó' voor voltooide handelingen in het verleden, zoals 'Ayer me afeitó mi esposa' (Gisteren schoor mijn vrouw me).
Imperfect
Gebruik 'afeitaba' voor doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden, zoals 'Cuando era joven, me afeitaba con navaja' (Toen ik jong was, scheerde ik me met een scheermes).
Present
Gebruik 'afeito' voor gebruikelijke handelingen, zoals 'Yo me afeito cada mañana' (Ik scheer me elke ochtend).
Future
Gebruik 'afeitaré' voor toekomstige handelingen, zoals 'Mañana me afeitaré' (Morgen scheer ik me).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng afeitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'afeitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent afeitar in het Spaans?
afeitar betekent "scheren".
Is afeitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
afeitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je afeitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van afeitar is: yo afeito, tú afeitas, él/ella/usted afeita, nosotros afeitamos, vosotros afeitáis, ellos/ellas/ustedes afeitan.
Hoe vervoeg je afeitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van afeitar is: yo afeité, tú afeitaste, él/ella/usted afeitó, nosotros afeitamos, vosotros afeitasteis, ellos/ellas/ustedes afeitaron.
