aferrarVervoeging
aferrar means vastpakken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Aferrara/aferrase vormen drukken hypothetische wensen of voorwaarden uit het verleden uit.
Present Subjunctive
Aferre, aferres, aferre, aferremos, aferréis, aferren: drukt wensen, twijfels, emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
No aferres, no aferréis, no aferre, no aferren: negatieve bevelen om niet vast te pakken.
Imperative
Aferra, aferrad, aferre, aferren: directe bevelen om vast te pakken of vast te houden.
Indicative
Conditional
Aferraría, aferrarías, aferraría, aferraríamos, aferraríais, aferrarían: hypothetisch 'zou vastpakken' of beleefde verzoeken.
Preterite
Aferré, aferraste, aferró, aferramos, aferrasteis, aferraron: voltooide acties van vastpakken of vasthouden.
Imperfect
Aferraba, aferrabas, aferraba, aferrábamos, aferrabais, aferraban: voortdurende of gebruikelijke acties in het verleden van vastpakken.
Present
Aferro, aferras, aferra, aferramos, aferráis, aferran: acties van vastpakken die nu gebeuren of gewoonten zijn.
Future
Aferraré, aferrarás, aferrará, aferraremos, aferraréis, aferrarán: acties die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aferrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aferrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aferrar in het Spaans?
aferrar betekent "vastpakken".
Is aferrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aferrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aferrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aferrar is: yo aferro, tú aferras, él/ella/usted aferra, nosotros aferramos, vosotros aferráis, ellos/ellas/ustedes aferran.
Hoe vervoeg je aferrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aferrar is: yo aferré, tú aferraste, él/ella/usted aferró, nosotros aferramos, vosotros aferrasteis, ellos/ellas/ustedes aferraron.
