agotarVervoeging
agotar means uitputten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Verleden conjunctief gebruikt zoals 'agotara' of 'agotarara' voor hypothetische situaties of wensen/twijfels in het verleden.
Present Subjunctive
Tegenwoordige conjunctief 'agote' (ik/hij/zij/u), 'agotes' (jij), 'agoten' (zij/jullie/u allen) voor wensen, twijfels, emoties.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve geboden zoals 'no agotes' (jij), 'no agote' (u), 'no agoten' (jullie/zij), 'no agotemos' (wij), 'no agotéis' (jullie - informeel).
Imperative
Geboden met 'agota' (jij), 'agote' (u), 'agoten' (jullie/zij), 'agotemos' (wij), 'agota' (jullie - informeel).
Indicative
Conditional
Hypothetische of beleefde handelingen: 'agotarìa' (ik zou uitputten), 'agotarìas' (jij zou uitputten), 'agotarìa' (hij/zij/het zou uitputten).
Preterite
Voltooide handelingen in het verleden zoals 'agoté' (ik putte uit), 'agotaste' (jij putte uit), 'agotó' (hij/zij/het putte uit).
Imperfect
Doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden: 'agotaba' (ik was aan het uitputten), 'agotabas' (jij was aan het uitputten), 'agotaba' (hij/zij/het was aan het uitputten).
Present
Handelingen in de tegenwoordige tijd: 'agoto' (ik put uit), 'agotas' (jij put uit), 'agota' (hij/zij/het put uit).
Future
Toekomstige handelingen: 'agotarè' (ik zal uitputten), 'agotaràs' (jij zult uitputten), 'agotarà' (hij/zij/het zal uitputten).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng agotar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'agotar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent agotar in het Spaans?
agotar betekent "uitputten".
Is agotar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
agotar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je agotar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van agotar is: yo agoto, tú agotas, él/ella/usted agota, nosotros agotamos, vosotros agotáis, ellos/ellas/ustedes agotan.
Hoe vervoeg je agotar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van agotar is: yo agoté, tú agotaste, él/ella/usted agotó, nosotros agotamos, vosotros agotasteis, ellos/ellas/ustedes agotaron.
