agradarVervoeging
agradar means behagen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'agradar' (agradara/agradase vormen) is voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'agradar' (agrade, agrades, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'agradar' gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no agrades, no agrade, no agrademos, no agradéis, no agraden.
Imperative
Gebruik de imperatief van 'agradar' voor directe bevelen: agrada, agrade, agrademos, agradad, agraden.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'agradar' (agradaría, agradarías, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties ('zou behagen'), beleefde verzoeken, of de toekomst in het verleden.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'agradar' is regelmatig: agradé, agradaste, agradó, agradamos, agradasteis, agradaron.
Imperfect
De imperfectum van 'agradar' (agradaba, agradabas, etc.) beschrijft acties of toestanden in het verleden die doorlopend of gewoonlijk waren.
Present
De tegenwoordige tijd van 'agradar' (agrado, agradas, agrada, etc.) betekent 'plezieren' of 'aangenaam zijn' op dit moment of gewoonlijk.
Future
De toekomende tijd van 'agradar' (agradaré, agradarás, etc.) geeft acties aan die zullen gebeuren of drukt waarschijnlijkheid uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng agradar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'agradar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent agradar in het Spaans?
agradar betekent "behagen".
Is agradar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
agradar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je agradar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van agradar is: yo agrado, tú agradas, él/ella/usted agrada, nosotros agradamos, vosotros agradáis, ellos/ellas/ustedes agradan.
Hoe vervoeg je agradar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van agradar is: yo agradé, tú agradaste, él/ella/usted agradó, nosotros agradamos, vosotros agradasteis, ellos/ellas/ustedes agradaron.
