agredirVervoeging
agredir means aanvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden onvoltooide tijd van de aanvoegende wijs van agredir (-ra vorm): agrediera, agredieras, agrediéramos, agredieran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van agredir: agreda, agredas, agredamos, agredáis, agredan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor agredir gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no agredas, no agreda, no agredamos, no agredáis, no agredan.
Imperative
Het gebiedende wijs van agredir heeft regelmatige -ir vormen: agrede, agreda, agredamos, agredid, agredan.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van agredir is regelmatig: agrediría, agredirías, agrediría, agrediríamos, agrediríais, agredirían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van agredir is regelmatig: agredí, agrediste, agredió, agredimos, agredisteis, agredieron.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van agredir is regelmatig: agredía, agredías, agredíamos, agredían.
Present
De tegenwoordige tijd van agredir is regelmatig: agredo, agredes, agrede, agredimos, agredís, agreden.
Future
De toekomende tijd van agredir is regelmatig: agrediré, agredirás, agredirá, agrediremos, agrediréis, agredirán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng agredir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'agredir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent agredir in het Spaans?
agredir betekent "aanvallen".
Is agredir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
agredir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je agredir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van agredir is: yo agredo, tú agredes, él/ella/usted agrede, nosotros agredimos, vosotros agredís, ellos/ellas/ustedes agreden.
Hoe vervoeg je agredir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van agredir is: yo agredí, tú agrediste, él/ella/usted agredió, nosotros agredimos, vosotros agredisteis, ellos/ellas/ustedes agredieron.
