aislarVervoeging
aislar means isoleren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief is regelmatig: aislara, aislaras, aislara, aisláramos, aislarais, aislaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief volgt de klemtoonverandering van de indicatief: aísle, aísles, aísle, aislemos, aisléis, aíslen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt de vormen van de conjunctief: no aísles, no aisléis, no aísle.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt de 'boot'-klemtoon: aísla (tú), aislad (vosotros), aísle (usted).
Indicative
Conditional
De conditioneel van aislar is regelmatig: aislaría, aislarías, aislaría, aislaríamos, aislaríais, aislarían.
Preterite
De preteritum van aislar is volledig regelmatig: aislé, aislaste, aisló, aislamos, aislasteis, aislaron.
Imperfect
De imperfectum van aislar is regelmatig: aislaba, aislabas, aislaba, aislábamos, aislabais, aislaban.
Present
In de tegenwoordige tijd is 'aislar' grotendeels regelmatig, maar voegt een accent toe aan de 'i' (aíslo, aíslas) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van aislar is regelmatig: aislaré, aislarás, aislará, aislaremos, aislaréis, aislarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aislar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aislar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aislar in het Spaans?
aislar betekent "isoleren".
Is aislar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aislar is een regular with accent changes -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aislar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aislar is: yo aíslo, tú aíslas, él/ella/usted aísla, nosotros aislamos, vosotros aisláis, ellos/ellas/ustedes aíslan.
Hoe vervoeg je aislar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aislar is: yo aislé, tú aislaste, él/ella/usted aisló, nosotros aislamos, vosotros aislasteis, ellos/ellas/ustedes aislaron.
