alabarVervoeging
alabar means prijzen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfectum conjunctief ('alabara'/'alabarais') voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik 'alabar' in de tegenwoordige tijd van de conjunctief ('alabe', 'alaben') na twijfel, wensen, emoties of onpersoonlijke uitdrukkingen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief: 'no alabes' (jij), 'no alaben' (zij/jullie).
Imperative
Gebruik 'alabar' voor directe bevelen zoals '¡Alaba tú!' of '¡Alabemos nosotros!'.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'alabar' is regelmatig: alabaría, alabarías, alabaría, alabaríamos, alabaríais, alabarían.
Preterite
De preteritum van 'alabar' is regelmatig: alabé, alabaste, alabó, alabamos, alabasteis, alabaron.
Imperfect
De imperfectum van 'alabar' is regelmatig: alababa, alababas, alababa, alabábamos, alababais, alababan.
Present
De tegenwoordige tijd van 'alabar' is regelmatig: alabo, alabas, alaba, alabamos, alabáis, alaban.
Future
De toekomende tijd van 'alabar' is regelmatig: alabaré, alabarás, alabará, alabaremos, alabaréis, alabarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng alabar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'alabar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent alabar in het Spaans?
alabar betekent "prijzen".
Is alabar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
alabar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je alabar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van alabar is: yo alabo, tú alabas, él/ella/usted alaba, nosotros alabamos, vosotros alabáis, ellos/ellas/ustedes alaban.
Hoe vervoeg je alabar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van alabar is: yo alabé, tú alabaste, él/ella/usted alabó, nosotros alabamos, vosotros alabasteis, ellos/ellas/ustedes alabaron.
