alegarVervoeging
alegar means beweren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'alegar' wordt regelmatig gevormd uit de derde persoon meervoud van de preteritus: alegara, alegaras, alegara.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'alegar' vereist een spellingwijziging naar 'alegue' om de harde 'g'-klank te behouden.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van 'alegar' gebruikt 'no' plus de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no alegues, no alegue.
Imperative
De gebiedende wijs van 'alegar' gebruikt 'alega' voor tú en 'alegue' voor usted.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'alegar' is regelmatig: voeg de -ía uitgangen toe aan het infinitief (alegaría, alegarías).
Preterite
'Alegar' is regelmatig in de preteritus, behalve in de 'yo'-vorm, die verandert in 'alegué'.
Imperfect
De verleden onvoltooide tijd van 'alegar' is regelmatig: alegaba, alegabas, alegaba, alegábamos.
Present
'Alegar' is een volledig regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd van de indicatief: alego, alegas, alega.
Future
De toekomende tijd van 'alegar' is regelmatig: voeg de uitgangen toe aan het infinitief (alegaré, alegarás, alegará).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng alegar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'alegar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent alegar in het Spaans?
alegar betekent "beweren".
Is alegar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
alegar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je alegar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van alegar is: yo alego, tú alegas, él/ella/usted alega, nosotros alegamos, vosotros alegáis, ellos/ellas/ustedes alegan.
Hoe vervoeg je alegar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van alegar is: yo alegué, tú alegaste, él/ella/usted alegó, nosotros alegamos, vosotros alegasteis, ellos/ellas/ustedes alegaron.
