alejarVervoeging
alejar means wegbewegen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Future
De toekomende tijd 'alejaré' is voor acties die zullen gebeuren of om waarschijnlijkheid uit te drukken.
Conditional
De conditioneel 'alejaría' drukt 'zou'-acties, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Present
De tegenwoordige tijd 'alejo' beschrijft huidige acties, gewoontes of algemene waarheden.
Imperfect
De imperfectum 'alejaba' beschrijft lopende of gebruikelijke acties en achtergrond in het verleden.
Preterite
De preteritum 'alejé' is voor voltooide acties in het verleden met een duidelijk eindpunt.
Imperative
Imperative
Gebruik 'aleja' (jij), 'aleje' (u), 'alejemos' (wij), 'alejad' (jullie), 'alejen' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Negative Imperative
Gebruik 'no alejes' (jij), 'no aleje' (u), 'no alejemos' (wij), 'no alejéis' (jullie), 'no alejen' (zij/u allen) voor negatieve bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief 'aleje' wordt gebruikt voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid.
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief 'alejara' of 'alejase' wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng alejar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'alejar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent alejar in het Spaans?
alejar betekent "wegbewegen".
Is alejar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
alejar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je alejar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van alejar is: yo alejo, tú alejas, él/ella/usted aleja, nosotros alejamos, vosotros alejáis, ellos/ellas/ustedes alejan.
Hoe vervoeg je alejar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van alejar is: yo alejé, tú alejaste, él/ella/usted alejó, nosotros alejamos, vosotros alejasteis, ellos/ellas/ustedes alejaron.
