amanecerVervoeging
amanecer betekent dag worden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd heeft een 'z' in de 'yo'-vorm (amanezco), maar is verder regelmatig.
Future
De toekomende tijd is regelmatig en gebruikt het volledige infinitief: amaneceré, amanecerás, amanecerá.
Imperfect
De imperfectum gebruikt de reguliere -er uitgangen: amanecía, amanecías, amanecía.
Conditional
De conditioneel is regelmatig: amanecería, amanecerías, amanecería.
Preterite
De voltooid verleden tijd van amanecer beschrijft hoe of waar iemand op een specifieke dag wakker werd: amanecí, amaneciste, amaneció.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt altijd de 'zc'-stam: no amanezcas, no amanezca.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'amanece' voor 'tú' en 'amanezca' voor formele bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd gebruikt de 'zc'-stam in alle vormen: amanezca, amanezcas, amanezca.
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs verleden tijd gebruikt de '-iera' uitgangen: amaneciera, amanecieras, amaneciera.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng amanecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'amanecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent amanecer in het Spaans?
amanecer betekent "dag worden".
Is amanecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
amanecer is een irregular (z-c spelling change), impersonal -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je amanecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van amanecer is: yo amanezco, tú amaneces, él/ella/usted amanece, nosotros amanecemos, vosotros amanecéis, ellos/ellas/ustedes amanecen.
Hoe vervoeg je amanecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van amanecer is: yo amanecí, tú amaneciste, él/ella/usted amaneció, nosotros amanecimos, vosotros amanecisteis, ellos/ellas/ustedes amanecieron.
