andarVervoeging
andar betekent lopen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van andar is volledig regelmatig: ando, andas, anda, andamos, andáis, andan.
Future
De toekomende tijd van andar is regelmatig: andaré, andarás, andará, andaremos, andaréis, andarán.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van andar is regelmatig: andaba, andabas, andaba, andábamos, andabais, andaban.
Conditional
De conditionele tijd van andar is regelmatig: andaría, andarías, andaría, andaríamos, andaríais, andarían.
Preterite
De verleden tijd van andar is zeer onregelmatig en gebruikt de 'uv'-stam: anduve, anduviste, anduvo, anduvimos, anduvisteis, anduvieron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van andar gebruikt de tegenwoordige conjunctief: no andes, no ande, no andemos, no andéis, no anden.
Imperative
Het bevestigende gebiedende wijs (commando's) voor andar is grotendeels regelmatig: anda, ande, andemos, andad, anden.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van andar is regelmatig: ande, andes, ande, andemos, andéis, anden.
Imperfect Subjunctive
De onvoltooide conjunctief van andar gebruikt de onregelmatige 'uv'-stam: anduviera, anduvieras, anduviera, anduviéramos, anduvierais, anduvieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng andar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'andar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent andar in het Spaans?
andar betekent "lopen".
Is andar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
andar is een irregular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je andar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van andar is: yo ando, tú andas, él/ella/usted anda, nosotros andamos, vosotros andáis, ellos/ellas/ustedes andan.
Hoe vervoeg je andar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van andar is: yo anduve, tú anduviste, él/ella/usted anduvo, nosotros anduvimos, vosotros anduvisteis, ellos/ellas/ustedes anduvieron.
