anochecerVervoeging
anochecer means donker worden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van anochecer gebruikt de stam 'anochecie-': anocheciera, anochecieras, anocheciera, etc.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van anochecer gebruikt de onregelmatige 'zc'-stam: anochezca, anochezcas, anochezca, etc.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van anochecer gebruikt de vormen van de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no anochezca, no anochezcas.
Imperative
De gebiedende wijs van anochecer wordt zelden persoonlijk gebruikt, maar vormen omvatten: anochece (tú), anochezca (usted).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van anochecer is regelmatig: anochecería, anochecerías, anochecería, anocheceríamos, anocheceríais, anochecerían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van anochecer is regelmatig: anochecí, anocheciste, anocheció, anochecimos, anochecisteis, anochecieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van anochecer is regelmatig: anochecía, anochecías, anochecía, anochecíamos, anochecíais, anochecían.
Present
De tegenwoordige tijd van anochecer is onregelmatig in de 'yo'-vorm (anochezco), maar volgt verder de reguliere -er patronen.
Future
De toekomende tijd van anochecer is regelmatig: anocheceré, anochecerás, anochecerá, anocheceremos, anocheceréis, anochecerán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng anochecer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'anochecer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent anochecer in het Spaans?
anochecer betekent "donker worden".
Is anochecer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
anochecer is een irregular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je anochecer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van anochecer is: yo anochezco, tú anocheces, él/ella/usted anochece, nosotros anochecemos, vosotros anochecéis, ellos/ellas/ustedes anochecen.
Hoe vervoeg je anochecer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van anochecer is: yo anochecí, tú anocheciste, él/ella/usted anocheció, nosotros anochecimos, vosotros anochecisteis, ellos/ellas/ustedes anochecieron.
