aparcarVervoeging
aparcar means parkeren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'aparcár' is regelmatig, gebaseerd op de derde persoon meervoud verleden tijd: aparcara, aparcaras, aparcara, aparcáramos, aparcarais, aparcaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'aparcár' vereist een spellingwijziging van 'c' naar 'qu': aparque, aparques, aparque, aparquemos, aparquéis, aparquen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'aparcár' gebruikt de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no aparques, no aparque, no aparquemos, no aparquéis, no aparquen.
Imperative
De gebiedende wijs van 'aparcár' gebruikt 'aparca' (tú) en 'aparcad' (vosotros), met spellingwijzigingen in formele vormen (aparque/aparquen).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'aparcár' is regelmatig: voeg de uitgangen toe aan het infinitief (aparcaría, aparcarías, aparcaría, etc.).
Preterite
De verleden tijd van 'aparcár' is grotendeels regelmatig, behalve de 'yo'-vorm die verandert in 'aparqué'.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van 'aparcár' is regelmatig: aparcaba, aparcabas, aparcaba, aparcábamos, aparcabais, aparcaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'aparcár' is volledig regelmatig: aparco, aparcas, aparca, aparcamos, aparcáis, aparcan.
Future
De toekomende tijd van 'aparcár' is regelmatig: voeg de uitgangen toe aan het infinitief (aparcaré, aparcarás, aparcará, etc.).
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aparcar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aparcar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aparcar in het Spaans?
aparcar betekent "parkeren".
Is aparcar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aparcar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aparcar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aparcar is: yo aparco, tú aparcas, él/ella/usted aparca, nosotros aparcamos, vosotros aparcáis, ellos/ellas/ustedes aparcan.
Hoe vervoeg je aparcar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aparcar is: yo aparqué, tú aparcaste, él/ella/usted aparcó, nosotros aparcamos, vosotros aparcasteis, ellos/ellas/ustedes aparcaron.
