aparentarVervoeging
aparentar means eruitzien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'aparentara' of 'aparentase' voor hypothetische of verleden subjunctief situaties.
Present Subjunctive
Gebruik 'aparente' (yo/él/ella/usted), 'aparentes' (tú), 'aparentemos' (nosotros), 'aparentéis' (vosotros), 'aparenten' (ellos/ellas/ustedes) na uitdrukkingen van twijfel, emotie of verlangen.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no aparentes' voor jij, 'no aparente' voor u/ustedes, 'no aparentéis' voor vosotros, en 'no aparentemos' voor nosotros.
Imperative
Gebruik 'aparenta' voor jij-bevelen, 'aparente' voor u/ustedes, 'aparentad' voor vosotros, en 'aparentemos' voor nosotros.
Indicative
Conditional
Gebruik 'aparentaría', 'aparentarías', 'aparentaría', 'aparentaríamos', 'aparentaríais', 'aparentarían' voor hypothetische 'zou'-uitspraken of beleefde verzoeken.
Preterite
De preteritum van aparentar is regelmatig: aparenté, aparentaste, aparentó, aparentamos, aparentasteis, aparentaron.
Imperfect
Gebruik 'aparentaba', 'aparentabas', 'aparentaba', 'aparentábamos', 'aparentabais', 'aparentaban' voor doorlopende of gebruikelijke verleden acties.
Present
Gebruik 'aparento', 'aparentas', 'aparenta', 'aparentamos', 'aparentáis', 'aparentan' voor acties die nu gebeuren, gebruikelijke acties, of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van aparentar is regelmatig: aparentaré, aparentarás, aparentará, aparentaremos, aparentaréis, aparentarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aparentar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aparentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aparentar in het Spaans?
aparentar betekent "eruitzien".
Is aparentar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aparentar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aparentar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aparentar is: yo aparento, tú aparentas, él/ella/usted aparenta, nosotros aparentamos, vosotros aparentáis, ellos/ellas/ustedes aparentan.
Hoe vervoeg je aparentar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aparentar is: yo aparenté, tú aparentaste, él/ella/usted aparentó, nosotros aparentamos, vosotros aparentasteis, ellos/ellas/ustedes aparentaron.
