apestarVervoeging
apestar means stinken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief ('apestara'/'apestase' vormen) is voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd conjunctief ('apeste', 'apestes', 'apestemos', etc.) na uitdrukkingen van twijfel, emotie, verlangen of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no apestes' (jij), 'no apeste' (u), 'no apestemos' (wij), 'no apestéis' (jullie), 'no apesten' (zij/u allen) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'apesta' (jij), 'apeste' (u), 'apestemos' (wij), 'apestad' (jullie), 'apesten' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele van apestar is regelmatig: apestaría, apestarías, apestaría, apestaríamos, apestaríais, apestarían.
Preterite
Apestar is regelmatig in de preteritum: apesté, apestaste, apestó, apestamos, apestasteis, apestaron.
Imperfect
De imperfectum van apestar is regelmatig: apestaba, apestabas, apestaba, apestábamos, apestabais, apestaban.
Present
De tegenwoordige tijd van apestar is regelmatig: apesto, apestas, apesta, apestamos, apestáis, apestan.
Future
De toekomende tijd van apestar is regelmatig: apestaré, apestarás, apestará, apestaremos, apestaréis, apestarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng apestar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'apestar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent apestar in het Spaans?
apestar betekent "stinken".
Is apestar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
apestar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je apestar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van apestar is: yo apesto, tú apestas, él/ella/usted apesta, nosotros apestamos, vosotros apestáis, ellos/ellas/ustedes apestan.
Hoe vervoeg je apestar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van apestar is: yo apesté, tú apestaste, él/ella/usted apestó, nosotros apestamos, vosotros apestasteis, ellos/ellas/ustedes apestaron.
