apilarVervoeging
apilar means stapelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief (-ra of -se vorm) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken, zoals 'si apilara' of 'si apilase'.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid, zoals 'Espero que apiles bien'.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd conjunctief: 'no apiles' (tú), 'no apile' (usted/ustedes), 'no apiléis' (vosotros), 'no apilemos' (nosotros).
Imperative
Gebruik 'apila' voor jij-bevelen, 'apile' voor u/jullie, 'apilad' voor vosotros, en 'apilemos' voor wij.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van apilar is regelmatig: apilaría, apilarías, apilaría, apilaríamos, apilaríais, apilarían.
Preterite
De preteritum van apilar is regelmatig: apilé, apilaste, apiló, apilamos, apilasteis, apilaron.
Imperfect
De imperfectum van apilar is regelmatig: apilaba, apilabas, apilaba, apilábamos, apilabais, apilaban.
Present
De tegenwoordige tijd van apilar is regelmatig: apilo, apilas, apila, apilamos, apiláis, apilan.
Future
De toekomstige tijd van apilar is regelmatig: apilaré, apilarás, apilará, apilaremos, apilaréis, apilarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng apilar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'apilar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent apilar in het Spaans?
apilar betekent "stapelen".
Is apilar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
apilar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je apilar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van apilar is: yo apilo, tú apilas, él/ella/usted apila, nosotros apilamos, vosotros apiláis, ellos/ellas/ustedes apilan.
Hoe vervoeg je apilar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van apilar is: yo apilé, tú apilaste, él/ella/usted apiló, nosotros apilamos, vosotros apilasteis, ellos/ellas/ustedes apilaron.
