aplastarVervoeging
aplastar means verpletteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'aplastar' (aplastara, aplastaras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van 'aplastar' (aplaște, aplastes, aplasten, etc.) drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no aplastes', 'no aplastéis', 'no aplasten', etc. voor negatieve bevelen met 'aplastar'.
Imperative
Gebruik 'aplasta', 'aplastad', 'aplasten', etc. voor directe bevelen met 'aplastar'.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van 'aplastar' is regelmatig: aplastaría, aplastarías, aplastaría, aplastaríamos, aplastaríais, aplastarían.
Preterite
De preteritum van 'aplastar' is regelmatig: aplasté, aplastaste, aplastó, aplastamos, aplastasteis, aplastaron.
Imperfect
De imperfectum van 'aplastar' (aplastaba, aplastabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'aplastar' is regelmatig: aplasto, aplastas, aplasta, aplastamos, aplastáis, aplastan.
Future
De toekomende tijd van 'aplastar' is regelmatig: aplastaré, aplastarás, aplastará, aplastaremos, aplastaréis, aplastarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aplastar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aplastar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aplastar in het Spaans?
aplastar betekent "verpletteren".
Is aplastar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aplastar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aplastar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aplastar is: yo aplasto, tú aplastas, él/ella/usted aplasta, nosotros aplastamos, vosotros aplastáis, ellos/ellas/ustedes aplastan.
Hoe vervoeg je aplastar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aplastar is: yo aplasté, tú aplastaste, él/ella/usted aplastó, nosotros aplastamos, vosotros aplastasteis, ellos/ellas/ustedes aplastaron.
