aplicarVervoeging
aplicar means aanbrengen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
Alle vormen van de tegenwoordige aanvoegende wijs veranderen 'c' in 'qu': aplique, apliques, aplique, apliquemos, apliquéis, apliquen.
Imperfect Subjunctive
De verleden onvoltooide aanvoegende wijs is regelmatig: aplicara, aplicaras, aplicara, aplicáramos, aplicarais, aplicaran.
Imperative
Imperative
Geef commando's met 'aplica' (tú) of 'aplique' (usted/formeel).
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken altijd 'qu': no apliques, no aplique, no apliquemos, no apliquéis, no apliquen.
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van aplicar is regelmatig: aplico, aplicas, aplica, aplicamos, aplicáis, aplican.
Preterite
De verleden tijd (preteritum) heeft een spellingverandering in de 'yo'-vorm (apliqué) om de 'k'-klank te behouden.
Future
De toekomende tijd van aplicar is regelmatig: aplicaré, aplicarás, aplicará, aplicaremos, aplicaréis, aplicarán.
Imperfect
De verleden onvoltooide tijd van aplicar is regelmatig: aplicaba, aplicabas, aplicaba, aplicábamos, aplicabais, aplicaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van aplicar is regelmatig: aplicaría, aplicarías, aplicaría, aplicaríamos, aplicaríais, aplicarían.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aplicar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aplicar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aplicar in het Spaans?
aplicar betekent "aanbrengen".
Is aplicar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aplicar is een regular with spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aplicar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aplicar is: yo aplico, tú aplicas, él/ella/usted aplica, nosotros aplicamos, vosotros aplicáis, ellos/ellas/ustedes aplican.
Hoe vervoeg je aplicar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aplicar is: yo apliqué, tú aplicaste, él/ella/usted aplicó, nosotros aplicamos, vosotros aplicasteis, ellos/ellas/ustedes aplicaron.
