aportarVervoeging
aportar means bijdragen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De 'pretérito imperfecto de subjuntivo' van 'aportar' (aportara/aportase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De 'presente de subjuntivo' van 'aportar' (aporte, aportes, aportemos, aporten) drukt wensen, twijfels en emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'aportar' gebruiken 'no' plus de 'presente de subjuntivo', zoals 'no aportes' (jij) en 'no aporten' (jullie/zij).
Imperative
Het 'imperativo' van 'aportar' gebruikt reguliere bevelen zoals 'aporta' (jij) en 'aporten' (jullie/zij).
Indicative
Conditional
De 'condicional simple' van 'aportar' (aportaría, aportarías, aportaría, etc.) drukt hypothetische situaties uit ('zou bijdragen').
Preterite
De 'pretérito indefinido' van 'aportar' is regelmatig: aporté, aportaste, aportó, aportamos, aportasteis, aportaron.
Imperfect
De 'pretérito imperfecto de indicativo' van 'aportar' (aportaba, aportabas, aportaban) beschrijft gewoonten in het verleden of doorlopende bijdragen.
Present
De 'presente de indicativo' van 'aportar' (aporta, aporto, aportamos, etc.) beschrijft huidige of gebruikelijke bijdragen.
Future
De 'futuro simple' van 'aportar' (aportaré, aportarás, aportará, etc.) geeft toekomstige bijdragen aan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng aportar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'aportar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent aportar in het Spaans?
aportar betekent "bijdragen".
Is aportar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
aportar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je aportar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van aportar is: yo aporto, tú aportas, él/ella/usted aporta, nosotros aportamos, vosotros aportáis, ellos/ellas/ustedes aportan.
Hoe vervoeg je aportar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van aportar is: yo aporté, tú aportaste, él/ella/usted aportó, nosotros aportamos, vosotros aportasteis, ellos/ellas/ustedes aportaron.
