apostarVervoeging
apostar betekent wedden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Apostar is een werkwoord met stamverandering (o > ue) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van apostar is regelmatig: apostaré, apostarás, apostará, apostaremos, apostaréis, apostarán.
Imperfect
De imperfectum van apostar is regelmatig: apostaba, apostabas, apostaba, apostábamos, apostabais, apostaban.
Conditional
De conditioneel van apostar is regelmatig: apostaría, apostarías, apostaría, apostaríamos, apostaríais, apostarían.
Preterite
Het pretérito van apostar is regelmatig: aposté, apostaste, apostó, apostamos, apostasteis, apostaron.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve geboden gebruiken de conjunctief tegenwoordige tijd vormen: no apuestes, no apueste, no apostemos, no apostéis, no apuesten.
Imperative
Geboden gebruiken de stamverandering (o > ue) behalve voor vosotros: apuesta, apueste, apostemos, apostad, apuesten.
Subjunctive
Present Subjunctive
De conjunctief tegenwoordige tijd volgt de 'o > ue' stamverandering: apueste, apuestes, apueste, apostemos, apostéis, apuesten.
Imperfect Subjunctive
De conjunctief imperfectum is regelmatig: apostara, apostaras, apostara, apostáramos, apostarais, apostaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng apostar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'apostar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent apostar in het Spaans?
apostar betekent "wedden".
Is apostar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
apostar is een irregular (stem-changing) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je apostar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van apostar is: yo apuesto, tú apuestas, él/ella/usted apuesta, nosotros apostamos, vosotros apostáis, ellos/ellas/ustedes apuestan.
Hoe vervoeg je apostar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van apostar is: yo aposté, tú apostaste, él/ella/usted apostó, nosotros apostamos, vosotros apostasteis, ellos/ellas/ustedes apostaron.
