apoyarVervoeging
apoyar betekent ondersteunen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Apoyo, apoyas, apoya, apoyamos, apoyáis, apoyan zijn de vormen van de tegenwoordige tijd indicatief van 'apoyar'.
Future
Apoyaré, apoyarás, apoyará, etc., zijn de vormen van de toekomende tijd van 'apoyar'.
Imperfect
Apoyaba, apoyabas, apoyaba, apoyábamos, apoyabais, apoyaban zijn de vormen van de verleden onvoltooide tijd (imperfectum) van 'apoyar'.
Conditional
Apoyaría, apoyarías, apoyaría, apoyaríamos, apoyaríais, apoyarían zijn de vormen van de voorwaardelijke wijs van 'apoyar'.
Preterite
Apoyé, apoyaste, apoyó, apoyamos, apoyasteis, apoyaron zijn de vormen van de voltooid verleden tijd (preteritum) van 'apoyar'.
Imperative
Negative Imperative
No apoyes, no apoye, no apoyemos, no apoyéis, no apoyen zijn de negatieve bevelen voor 'apoyar'.
Imperative
Apoya, apoye, apoyemos, apoyad, apoyen zijn de bevelen voor 'apoyar'.
Subjunctive
Present Subjunctive
Apoye, apoyes, apoyemos, apoyéis, apoyen zijn de vormen van de tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van 'apoyar'.
Imperfect Subjunctive
Apoyara/apoyase, apoyaras/apoyases, etc., zijn de vormen van de verleden tijd aanvoegende wijs van 'apoyar'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng apoyar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'apoyar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent apoyar in het Spaans?
apoyar betekent "ondersteunen".
Is apoyar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
apoyar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je apoyar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van apoyar is: yo apoyo, tú apoyas, él/ella/usted apoya, nosotros apoyamos, vosotros apoyáis, ellos/ellas/ustedes apoyan.
Hoe vervoeg je apoyar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van apoyar is: yo apoyé, tú apoyaste, él/ella/usted apoyó, nosotros apoyamos, vosotros apoyasteis, ellos/ellas/ustedes apoyaron.
