apuntarVervoeging
apuntar means opschrijven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van 'apuntar' (apunte, apuntes, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd aanvoegende wijs van 'apuntar' (apuntara/apuntase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Imperative
Imperative
Het gebiedende wijs van 'apuntar' heeft regelmatige vormen voor commando's: apunta, apunte, apuntemos, apunten, apuntad.
Negative Imperative
Negatieve commando's met 'apuntar' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no apuntes, no apunte, no apuntemos, no apunten, no apuntéis.
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd onvoltooid deelwoord van 'apuntar' is regelmatig: apunto, apuntas, apunta, apuntamos, apuntáis, apuntan.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'apuntar' is regelmatig: apunté, apuntaste, apuntó, apuntamos, apuntasteis, apuntaron.
Future
De toekomende tijd van 'apuntar' is regelmatig: apuntaré, apuntarás, apuntará, etc.
Imperfect
De verleden tijd onvoltooid deelwoord van 'apuntar' is regelmatig: apuntaba, apuntabas, apuntaba, apuntábamos, apuntabais, apuntaban.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'apuntar' is regelmatig: apuntaría, apuntarías, apuntaría, etc.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng apuntar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'apuntar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent apuntar in het Spaans?
apuntar betekent "opschrijven".
Is apuntar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
apuntar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je apuntar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van apuntar is: yo apunto, tú apuntas, él/ella/usted apunta, nosotros apuntamos, vosotros apuntáis, ellos/ellas/ustedes apuntan.
Hoe vervoeg je apuntar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van apuntar is: yo apunté, tú apuntaste, él/ella/usted apuntó, nosotros apuntamos, vosotros apuntasteis, ellos/ellas/ustedes apuntaron.
