arderVervoeging
arder means branden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'arder' (ardiera/ardiese) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'arder' (arda) wordt gebruikt na werkwoorden van twijfel, verlangen, emotie en onpersoonlijke uitdrukkingen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'arder' gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: 'no ardas', 'no arda', 'no ardamos', 'no ardan', 'no ardáis'.
Imperative
Hetgebiedende wijs van 'arder' gebruikt 'arde' voor tú en 'arded' voor vosotros, met andere vormen zoals 'ardamos' en 'ardan'.
Indicative
Conditional
De conditionele vorm van 'arder' (ardería) wordt gebruikt voor hypothetische situaties ('zou branden') of beleefde suggesties.
Preterite
Arder is regelmatig in de voltooid verleden tijd: ardí, ardiste, ardió, ardimos, ardisteis, ardieron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'arder' (ardía) beschrijft lopend of gebruikelijk branden in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'arder' (ardo) beschrijft dingen die nu of gewoonlijk branden.
Future
De toekomende tijd van 'arder' (arderé) geeft acties aan die zullen gebeuren.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arder van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arder' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arder in het Spaans?
arder betekent "branden".
Is arder een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arder is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arder in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arder is: yo ardo, tú ardes, él/ella/usted arde, nosotros ardemos, vosotros ardéis, ellos/ellas/ustedes arden.
Hoe vervoeg je arder in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arder is: yo ardí, tú ardiste, él/ella/usted ardió, nosotros ardimos, vosotros ardisteis, ellos/ellas/ustedes ardieron.
