argumentarVervoeging
argumentar means argumenteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de verleden tijd van de aanvoegende wijs (bijv. 'argumentara', 'argumentase') voor hypothetische situaties uit het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (bijv. 'argumente', 'argumentes') na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik negatieve commando's zoals 'no argumentes' (jij, informeel) of 'no argumente' (u, formeel) door 'no' toe te voegen aan de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs om directe commando's te geven, zoals 'argumenta' (jij, informeel) of 'argumente' (u, formeel).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van argumentar is regelmatig: argumentaría, argumentarías, argumentaría, argumentaríamos, argumentaríais, argumentarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van argumentar is regelmatig: argumenté, argumentaste, argumentó, argumentamos, argumentasteis, argumentaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van argumentar is regelmatig: argumentaba, argumentabas, argumentaba, argumentábamos, argumentabais, argumentaban.
Present
De tegenwoordige tijd van argumentar is regelmatig: argumento, argumentas, argumenta, argumentamos, argumentáis, argumentan.
Future
De toekomende tijd van argumentar is regelmatig: argumentaré, argumentarás, argumentará, argumentaremos, argumentaréis, argumentarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng argumentar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'argumentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent argumentar in het Spaans?
argumentar betekent "argumenteren".
Is argumentar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
argumentar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je argumentar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van argumentar is: yo argumento, tú argumentas, él/ella/usted argumenta, nosotros argumentamos, vosotros argumentáis, ellos/ellas/ustedes argumentan.
Hoe vervoeg je argumentar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van argumentar is: yo argumenté, tú argumentaste, él/ella/usted argumentó, nosotros argumentamos, vosotros argumentasteis, ellos/ellas/ustedes argumentaron.
