arrancarVervoeging
arrancar betekent starten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van arrancar is regelmatig (arrancara) en gebruikt de -ra of -se uitgangen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van arrancar heeft een spellingwijziging: arranque, arranques, arranque, arranquemos, arranquéis, arranquen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van arrancar gebruikt de 'qu'-spellingwijziging: no arranques, no arranque, no arranquemos, no arranquéis, no arranquen.
Imperative
De gebiedende wijs van arrancar geeft directe bevelen: arranca (tú), arranque (usted), arranquen (ustedes).
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van arrancar is regelmatig: arrancaría, arrancarías, arrancaría, arrancaríamos, arrancaríais, arrancarían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van arrancar heeft een spellingwijziging in de 'yo'-vorm (arranqué), maar is verder regelmatig.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van arrancar is regelmatig: arrancaba, arrancabas, arrancaba, arrancábamos, arrancabais, arrancaban.
Present
De tegenwoordige tijd van arrancar is volledig regelmatig: arranco, arrancas, arranca, arrancamos, arrancáis, arrancan.
Future
De toekomende tijd van arrancar is regelmatig: arrancaré, arrancarás, arrancará, arrancaremos, arrancaréis, arrancarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arrancar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arrancar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arrancar in het Spaans?
arrancar betekent "starten".
Is arrancar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arrancar is een spelling-change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arrancar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arrancar is: yo arranco, tú arrancas, él/ella/usted arranca, nosotros arrancamos, vosotros arrancáis, ellos/ellas/ustedes arrancan.
Hoe vervoeg je arrancar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arrancar is: yo arranqué, tú arrancaste, él/ella/usted arrancó, nosotros arrancamos, vosotros arrancasteis, ellos/ellas/ustedes arrancaron.
