arrastrarVervoeging
arrastrar means slepen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van arrastrar (arrastre, arrastres) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperfect Subjunctive
De verleden aanvoegende wijs van arrastrar (arrastrara/arrastrase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Imperative
Imperative
Gebruik 'arrastra' (jij) en 'arrastren' (jullie/u) voor directe bevelen met arrastrar.
Negative Imperative
Gebruik 'no arrastres' (jij) en 'no arrastren' (jullie/u) voor negatieve bevelen met arrastrar.
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van arrastrar (arrastro, arrastras, arrastra) beschrijft acties die nu plaatsvinden of gewoontes.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd (preteritum) van arrastrar (arrastré, arrastraste, arrastró) is regelmatig en wordt gebruikt voor voltooide acties in het verleden.
Future
De futurum van arrastrar (arrastraré, arrastrarás) geeft acties aan die zullen gebeuren.
Imperfect
Het imperfectum van arrastrar (arrastraba, arrastrabas) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Conditional
De conditioneel van arrastrar (arrastraría, arrastrarías) drukt 'zou'-acties of beleefde verzoeken uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arrastrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arrastrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arrastrar in het Spaans?
arrastrar betekent "slepen".
Is arrastrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arrastrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arrastrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arrastrar is: yo arrastro, tú arrastras, él/ella/usted arrastra, nosotros arrastramos, vosotros arrastráis, ellos/ellas/ustedes arrastran.
Hoe vervoeg je arrastrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arrastrar is: yo arrastré, tú arrastraste, él/ella/usted arrastró, nosotros arrastramos, vosotros arrastrasteis, ellos/ellas/ustedes arrastraron.
