arreglarVervoeging
arreglar betekent repareren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Arreglar' is regelmatig in de tegenwoordige tijd: arreglo, arreglas, arregla, arreglamos, arregláis, arreglan.
Future
De toekomende tijd van 'arreglar' wordt gevormd door -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe te voegen aan het infinitief.
Imperfect
'Arreglar' in de imperfectum gebruikt de -aba uitgangen: arreglaba, arreglabas, arreglaba, arreglábamos, arreglabais, arreglaban.
Conditional
'Arreglar' in de conditioneel voegt -ía uitgangen toe aan het infinitief: arreglaría, arreglarías, arreglaría...
Preterite
'Arreglar' is regelmatig in de preterito: arreglé, arreglaste, arregló, arreglamos, arreglasteis, arreglaron.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van 'arreglar' gebruikt 'no' plus de vormen van de tegenwoordige subjunctief: no arregles, no arregle, etc.
Imperative
Het imperatief van 'arreglar' geeft bevelen: arregla (jij), arregle (u), arreglad (jullie), arreglen (zij/u).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctief van 'arreglar' gebruikt -e uitgangen: arregle, arregles, arregle, arreglemos, arregléis, arreglen.
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctief van 'arreglar' wordt gevormd uit de 'ellos' preterito: arreglara, arreglaras, arreglara, etc.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arreglar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arreglar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arreglar in het Spaans?
arreglar betekent "repareren".
Is arreglar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arreglar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arreglar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arreglar is: yo arreglo, tú arreglas, él/ella/usted arregla, nosotros arreglamos, vosotros arregláis, ellos/ellas/ustedes arreglan.
Hoe vervoeg je arreglar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arreglar is: yo arreglé, tú arreglaste, él/ella/usted arregló, nosotros arreglamos, vosotros arreglasteis, ellos/ellas/ustedes arreglaron.
