arrestarVervoeging
arrestar betekent arresteren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Het imperfectum subjunctief van arrestar is regelmatig: arrestara, arrestaras, arrestara, arrestáramos, arrestarais, arrestaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjunctief van arrestar is regelmatig: arreste, arrestes, arreste, arrestemos, arrestéis, arresten.
Imperative
Negative Imperative
Het negatieve imperatief van arrestar gebruikt de tegenwoordige tijd subjunctief: no arrestes, no arreste, no arrestemos, no arrestéis, no arresten.
Imperative
Het affirmatieve imperatief van arrestar is: arresta (tú), arreste (usted), arrestad (vosotros), arresten (ustedes).
Indicative
Imperfect
Het imperfectum van arrestar is regelmatig: arrestaba, arrestabas, arrestaba, arrestábamos, arrestabais, arrestaban.
Present
De tegenwoordige tijd van arrestar is regelmatig: arresto, arrestas, arresta, arrestamos, arrestáis, arrestan.
Preterite
Het preteritum van arrestar is regelmatig: arresté, arrestaste, arrestó, arrestamos, arrestasteis, arrestaron.
Conditional
De conditionele tijd van arrestar is regelmatig: arrestaría, arrestarías, arrestaría, arrestaríamos, arrestaríais, arrestarían.
Future
De toekomende tijd van arrestar is regelmatig: arrestaré, arrestarás, arrestará, arrestaremos, arrestaréis, arrestarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng arrestar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'arrestar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent arrestar in het Spaans?
arrestar betekent "arresteren".
Is arrestar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
arrestar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je arrestar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van arrestar is: yo arresto, tú arrestas, él/ella/usted arresta, nosotros arrestamos, vosotros arrestáis, ellos/ellas/ustedes arrestan.
Hoe vervoeg je arrestar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van arrestar is: yo arresté, tú arrestaste, él/ella/usted arrestó, nosotros arrestamos, vosotros arrestasteis, ellos/ellas/ustedes arrestaron.
